#414b5c

#af98b9

In vogelvlucht

Abstracte Kunst in Vogelvlucht

Reflecties

Camouflage

Abstracte kunst in vogelvlucht

Museum van Elsene, 1965. Felix De Boeck komt van onder zijn kerktoren van Drogenbos, ruilt zijn boerenklompen in voor stadsschoenen en trekt naar dit museum met renom, waar er een eerste retrospectieve wordt gewijd aan zijn oeuvre. Vandaag, 55 jaar later, weer onder de kerktoren van Drogenbos. 50 werken uit de rijke collectie van het Museum van Elsene komen naar het FeliXart Museum, waaronder De duif (1927) van Felix, die als het ware terugkeert naar haar heimat in Drogenbos, in vogelvlucht op amper 7 km van de hoofdstad.

In vogelvlucht

De eerste stappen naar abstractie

Brabantse fauvisten

Tijd voor experiment

Na de oorlog

Abstract vandaag

In vogelvlucht

De evolutie van het modernisme in België in vogelvlucht, met bijzondere aandacht voor abstracte kunst. De werken van het Museum van Elsene en ook enkele van het KMSKA treden in dialoog met de werken van Felix, die zelf tijdens zijn lange leven steeds zijn instinct van vernieuwing volgde en verschillende kunststromingen doormaakte.

Het verhaal begint in een woelige fin de siècle-sfeer, met een eerste generatie avant-gardisten die breekt met het aloude realisme en figuratieve en een nieuwe beeldtaal creëert, waarin vorm, kleur en lijn centraal staan. Tot op vandaag blijft de zoektocht naar het breken met conventies, naar een absolute zuiverheid.

De eerste stappen naar abstractie

Rond de eeuwwisseling was er sprake van heuse sociale en economische omwentelingen in de Westerse samenleving, wat duidelijk weerspiegeld wordt in de kunst. Kunstenaars gaan op zoek naar een andere realiteit, die verder gaat dan het visueel waarneembare, om zo een nieuw wereldbeeld weer te geven. Dit uit zich in de keuze van thema’s en artistieke experimenten met lijnen, kleuren, licht en perspectief. In de periode tussen het fin de siècle en de Eerste Wereldoorlog is er een veelheid aan artistieke strekkingen: het impressionisme, het post-impressionisme, ‘les Nabis’, het fauvisme, het kubisme, het expressionisme en het futurisme. Eén voor één stromingen die de traditionele academische vormen afwijzen en verlangen naar het achter zich laten van de klassieke voorbeelden die zich richten op de pure nabootsing.

Brabantse fauvisten

Ons land is in dit opzicht vrij bijzonder: de verschillende stromingen komen haast gelijktijdig ons land binnen, wat uitmondt in een hybride stijl waar invloeden zich vermengen. Een constante vinden we wel in de vrije behandeling van licht en kleur.

In deze contreien breekt een belangrijk moment aan voor de Belgische kunst : het ‘Brabantse Fauvisme’. Een nieuwe generatie kunstenaars markeert met een explosie van felle kleuren op hun doeken een nieuwe wereldvisie, gekenmerkt door een optimisme en een ambitie om een nieuwe wending in de schilderkunst te creëren. Deze generatie kreeg bekendheid dankzij een brouwer uit de streek, François Van Haelen. Hij was hun mecenas, kocht en verzamelde hun schilderijen en maakte van zijn brouwerij, gelegen op het kruispunt van Linkebeek, Drogenbos en Beersel, een ontmoetingsplaats voor deze kunstenaars. Dit is meteen een van de redenen waarom deze groep later als ‘Brabantse Fauvisten’ een plaats krijgt in de kunstgeschiedenis.

Tijd voor experiment

Het idee van de avant-garde leidde tot een enorme toename van gewaagde artistieke experimenten: expressionisme, kubisme, futurisme, constructivisme. En dit tot de meest radicale vorm: de abstracte kunst, die rond 1912 en 1913 haast gelijktijdig in Duitsland (met Kandinsky), in Rusland (met Malevitch), in Frankrijk (met Delaunay) en in Nederland (met Mondriaan) het levenslicht zag. Het ontstaan van de abstractie markeert een keerpunt in de kunstgeschiedenis: het vormt zowel een einde als een begin. Een einde omdat abstractie het finale resultaat is van alle artistieke zoektochten sinds de Renaissance, waarbij kunst wordt opgevat als de imitatie van de werkelijkheid (mimesis). Maar het markeert ook een beginpunt: het opent een immens potentieel voor kunstenaars en beïnvloedt elke kunstvorm van de 20ste eeuw.

Tussen 1920 en 1926 bereikte de abstractie haar hoogtepunt in België: deze eerste generatie abstracte kunstenaars, verenigd in de groep ‘De Zuivere Beelding’, bood een unieke synthese tussen het dynamische futurisme en het kleurrijke fauvisme, met onder meer Felix De Boeck, Prosper De Troyer en Jan Kiemeneij.

Na de oorlog

Herontdekking en nieuwe experimenten

De abstracte kunst bleef bijna drie decennia in de marge, maar keerde op de voorgrond bij het artistieke broeiproces na de Tweede Wereldoorlog.

Tussen 1945 en 1948 stelde de Brusselse gallerij Apollo het werk van jonge kunstenaars tentoon die de nieuwe trends in de Belgische kunst weergeven: de ‘Jonge Belgische Schilderkunst’. De werken die werden getoond weerspiegelen de veelheid en verscheidenheid van de kunststromingen van die periode. Een groep van lyrisch- en geometrisch-abstracte kunstenaars geeft een nieuwe impuls aan deze stroming.

Als de jonge kunstenaars het werk van de eerste generatie nog niet zouden kenden, dan maakten ze er zeker kennis mee in het Antwerpse artistieke milieu rond de groep G58. In 1959 werd in het Hessenhuis in Antwerpen de tentoonstelling ‘De eerste abstrakten in België’ geopend. Een eerbetoon aan de pioniers van de eerste golf van abstracte kunst, met werken van onder meer Jozef Peeters en Felix De Boeck. Oude en nieuwe avant-garde werden zo verenigd.

Abstract vandaag

Het artistieke spectrum werd aan het begin van de 20ste eeuw verruimd en vernieuwde zich onophoudelijk in zijn formele uitingsvormen en thema’s. In de overvloed aan actuele artistieke creaties waarbij elke kunstenaar zijn eigen weg volgt, hebben we enkele werken uitgekozen die we zien vanuit het perspectief van een abstracte ‘traditie’.

Een andere weg leidt naar conceptuele kunst waarbij het kunstwerk ons een ‘idee’ aanreikt dat verder gaat dan het fysieke object dat aan de toeschouwer wordt getoond. Experimenten met de oppervlakte, materialen en volumes doen de traditionele kunstcategorieën vervagen (Ann Veronica Janssens, Marthe Méry, Michel Mouffe) en ondervragen de toeschouwer (Edith Deckyndt, Xavier Méry).

kunstenaars:

Felix De Boeck, Ferdinand Schirren, Rik Wouters, Roger Parent, Rodolphe Strebelle, Louis Thevenet, Georges Creten, Jean Brusselmans, Jean-Louis Flouquet, Jehan Frison, Jos Albert, Willy Schlobach, Dario de Regoyos, Marcel Jefferys, Jef Verheyen, Anne Bonnet, Gaston Bertrand, Louis Van Lint, Jo Delahaut, Jean Dewasne, André Dekeijser, Marc Mendelson, Antoine Mortier, Guy Vandenbranden, Paul Horvath, Mig Quinet, Jules Lismonde, Pierre Lahaut, Dan Van Severen, Gaston Bertrand, Edith Dekyndt, Ann Veronica Janssens, Marie-Jo Lafontaine, Walter Leblanc, Michel Mouffe, Marthe Wéry, Xavier Mary, Maurice Wyckaert, Francis Dusepulchre