Collectie KMSKA

Moderne kunst uit het Interbellum

Reflecties

Camouflage

Moderne kunst uit het Interbellum

Wegens de sluiting van het KMSKA voor renovatiewerken, verhuist een deel van de collectie tijdelijk naar het FeliXart Museum. Twee ruimtes bieden er een blik op de bruisende kunstwereld tijdens het Interbellum, van de abstractie tot het expressionisme, met werk van o.a. Jules Schmalzigaug, Marthe Donas, Jan Kiemeney, Oscar en Floris Jespers en Ossip Zadkine.

Na WOI

Jaren '20

Na WOII

Na WOI

Deze selectie toont de enorme variëteit en rijkdom van de Belgische kunstscène tussen de jaren 1920 en 1950. Tijdens deze periode liepen verschillende, soms tegengestelde stromingen, parallel . Vanaf het einde van de 19de eeuw gingen kunstenaars op zoek naar een alternatieve werkelijkheid, die verder lag dan de visueel waarneembare wereld. Tal van avant-garde stijlen volgden elkaar op. Na de Eerste Wereldoorlog kwam de vernieuwing in de kunst in een stroomversnelling. Die werd vooral teweeggebracht door twee parallel lopende bewegingen. Het expressionisme verkoos een vervormde voorstelling om de emotionele kracht te benadrukken. Kunstenaars zoals Gustave De Smet (1877-1943), Oscar (1887-1970) en Floris Jespers (1889-1965) creëerden hun eigen expressionistische stijl met kubistische invloeden. In Antwerpen en in Brussel ontstonden in dezelfde periode avant-gardegroepen die de idealen van de ‘Zuivere Beelding’ verdedigden. In 1920 gaf Theo Van Doesburg (1883-1931), oprichter van ‘De Stijl’, een toespraak aan een kleine groep enthousiaste kunstenaars, die later tot de pioniers van de abstracte kunst uitgroeiden: Felix De Boeck (1898-1995), Karel Maes (1900-1974), Pierre-Louis Flouquet (1900-1967), Jozef Peeters (1895-1960).

Jaren '20

Tussen 1920 en 1926 bereikte de abstractie in België haar hoogtepunt. Vrij snel hierna verloren de protagonisten van de Zuivere Beelding hun hegemonie, onbegrepen door hun tijdgenoten. Naast het Vlaamse expressionisme dat op dat moment een enorm succes genoot, werd de abstractie ook ingehaald door het surrealisme.

Na WOII

Het is pas na de Tweede Wereldoorlog dat de abstractie terug nieuw leven ingeblazen wordt, met groepen zoals de Jonge Belgische Schilderkunst (1945-1948) en Cobra (1948-1952). Ook bij deze tweede generatie blijven twee tendensen aanwezig: een lyrische en een geometrische abstractie. Naast nieuwkomers als Jo Delahaut (1911-1992), Gaston Bertrand (1910-1994), Luc Peire (1916-1994) en Guy Vandenbranden (1926) spelen ook vele protagonisten uit de eerste generatie een blijvende rol in het abstract avontuur na 1945.